Vlaamse Brandweer

De Vlaamse brandweer bestaat uit enkele honderden brandweerkazernes en voorposten verdeeld over heel Vlaanderen.  Vanaf 1 januari 2015 zullen deze kazernes worden verdeeld in 21 zone's.  Deze zones zijn ingedeeld volgens provincie zoals vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 2 februari 2009.  

Het doel van deze brandweerzones is om de brandweer goedkoper en gestructureerder te laten werken en zo de burger een betere dienstverlening te kunnen garanderen.  De korpsen binnen de zones moeten onderling afspraken maken betreffende materiaal en personeel.  Zodat de verschillen tussen de verschillende korpsen worden weg gewerkt om zo te streven naar een optimale samenwerking.  

Ook de taken zullen naar alle waarschijnlijkheid worden verdeeld tussen de verschillende kazernes.  Om een voorbeeld te geven, het vullen van persluchtflessen zal bijvoorbeeld gebeuren door één korps binnen de zone, waarnaar elk korps zijn persluchtflessen dient te brengen.  Op deze manier is er maar nood aan één machine en één persoon, terwijl men voordien in elke kazerne een machine en de daarbij horende mankracht had.  Nog voorbeelden zijn het wassen van slangen, het kuisen van chemiepakken, het onderhouden van voertuigen en zo verder.

Naast zones zijn de brandweerkorpsen ook nog eens ingedeeld in verschillende categorieën afhankelijk van wat voor soort korps het betreft.

  • X-korpsen: dit zijn korpsen die enkel uit beroepsbrandweermannen en/of -vrouwen bestaan, er zijn dus geen vrijwilligers in deze korpsen, daarom werkt men meestal in posten bij deze korpsen, om zo dag en nacht voldoende manschappen klaar te hebben staan.  Dit soort korpsen vinden we meestal terug in grote steden, zoals Gent, Antwerpen, Brussel.
  • Y-korpsen: ook wel "centrum korpsen" genaamd bestaan deels uit beroepsbrandweerlieden en deels uit vrijwillige brandweermannen en/of -vrouwen.  Deze korpsen tref je meestal aan in middelgrote steden zoals Hasselt, Kortrijk, leuven.
  • Z-korpsen: deze bestaan vrijwel volledig uit vrijwilligers aangevuld met enkele beroepsbrandweermannen en/of -vrouwen om de logistiek en paraatheid van de kazerne te kunnen garanderen.  Dit soort korpsen vind men meestal terug in kleine steden zoals Lokeren, Sint-Truiden, Deinze, Wetteren.
  • C-korpsen: bestaan volledig uit vrijwilligers, zij doen zelf ook het onderhoud van de kazerne.  Vaak beschermen deze korpsen enkel hun eigen grondgebied, omdat ze te weinig mankracht hebben om hulp te bieden bij een groot incident bij een naburig korps.

Grote korpsen, meestal X-korpsen, beschikken daarnaast ook nog eens over voorposten, dit is geen korps op zich, maar een stuk van het korps dat verhuist is naar een ander gebied, waar het belangrijk is dat er snel brandweer ter plaatse kan zijn, bijvoorbeeld een haven.  Ook gebieden die ver verwijderd zijn van de brandweer kazerne, maar toch niet groot genoeg zijn om een eigen korps te hebben krijgen vaak een voorpost, zoals Herk-de-stad.

De brandweerlieden van deze voorposten vertrekken dan als eerste naar de plek des onheil, met de enkele wagens waarover ze beschikken, waarna ze vervolgens worden bijgestaan door het korps waarvan ze afhankelijk zijn.

Door de zonevorming heeft men nog enkele slecht bereikbare plekken in Vlaanderen ontdekt en op deze plekken zullen er extra voorposten worden bijgebouwd.

Voor de zonevorming konden de korpsen enkel hulp in roepen van een hoger korps, dat wil zeggen dat C-korpsen enkel hulp konden inroepen van Z-korpsen, Z-korpsen enkel hulp konden inroepen van Y-korpsen en Y-korpsen enkel hulp konden inroepen van X-korpsen.

Dit was theoretisch een goed idee, maar praktisch werd dit niet altijd toegepast, gezien het vaak een ander naburig korps sneller ter plaatse kon zijn dan het hoger korps waar theoretisch beroep moest worden op gedaan.

Binnen de brandweer zelf is er ook een onderscheid tussen de verschillende mensen, net zoals in het leger werkt men bij de brandweer met rangen, meer hierover lees je in het artikel "Kentekens en Rangen".